Kapitein Tekst als auteur en illustrator

Passage uit: Blij dat ik weer rij - Worstelen met rijangst en andere beren op de weg

 

De trek van platteland naar stad

1993. Zo kachelden we een tijdje door. Rijinstructeur Horzel stak tijdens onze ritten naar bijna iedereen vriendelijk zijn armpje op: ‘Heujjj’. Bij goed weer ging zelfs het raampje ervoor open. Soms moest er getankt worden. Dan stond hij daar een tijd te ouwehoeren met de pompeigenaar. Ik begon te zien dat zijn leven bestond uit dezelfde paadjes betreden. En op een dag viel uit zijn mond het woord Staatsexamen, een rijexamen met meer tijd en een beetje aandacht voor waarom het tot nu toe niet lukte om te slagen.

In de tijd dat ik rijlessen had tussen mijn examenpogingen door, verhuisde ik naar de Randstad. Ik ging in Utrecht wonen om te studeren. Op kamers met een OV-kaart en een oude fiets om me te verplaatsen tussen Lombok en het Janskerkhof. Iemand heeft weleens gevraagd waarom ik dan niet in Utrecht verder ging lessen. Dat leek me niet te doen. Ik op de Biltstraat en de Neude? Ik zag wel tientallen lesautootjes rijden, maar dat verkeer! Die bussen! Die massa’s fietsen, wiebelend tussen de wegversperringen in de bouwput die Utrecht was! No way.

Brak in die grote bak

Ik stapte na die witte winter regelmatig braaf in de trein in Utrecht om op vrijdagmiddag in Zeeland nog een rijlesje te volgen. Ik sprak zelfs met rijinstructeur Horzel af dat hij me bij het station ophaalde. In die tijd werd er in de kroegen nog gerookt. En als ik geen tijd had gehad om mijn haar uitgebreid te wassen voor die urenlange treinrit naar station Middelburg, kon het weleens gebeurd zijn dat ik misschien niet al te fris rook. Ondanks mijn brakheid en mijn stinkende haar van de uitgaansavond ervoor, vond hij het machtig mooi dat ik studeerde. Ik deed bijvakken Italiaans en daar ging Horzel helemaal van op tilt. Prachtig vond hij mijn verhalen. In de zomer schroefde hij de grote L van het dak van de lesauto, haakte zijn caravan erachter en trok met zijn vrouw richting de Italiaanse heuvels. Op een dag gaf hij me zelfs een notitie mee van een wijn die ik echt moest proeven. Ik, de student die vast ook wel wijn dronk. Ik herinner me tot op de dag van vandaag hoe hij zijn best deed op de uitspraak: Montepulciano d’Abruzzo.      

LEES MEER: Blijdatikweerrij.nl of op sonjaherpers.nl